Chris Herenius - Kunstschilder |CAH|
Chris Herenius - Kunstschilder
Chris Herenius, kunstschilder en verftechnicus. Hij schildert voornamelijk stillevens en landschappen in acrylverf, aquarelverf, eitempera, gouache of olieverf. Daarnaast kunt u enige informatie over verf en verfsoorten lezen
Indien u deze tekst kunt lezen ondersteunt uw browser geen frames.
Deze site is doormiddel van frames opgebouwd, om de volledige website te bekijken hebt u een browser nodig die frames ondesteunt.
Deze pagina is een beperkte weergave van de volledige website.
De volgende onderwerpen komen aan bod:
Werk
Over verf
- Verfsoorten
- Acrylverf
- Aquarelverf
- Eitempera
- Gouache
- Olieverf
Persoonlijk
Exposities
Werk
| Acrylverf |
 |
 |
 |
| Aquarelverf |
 |
 |
 |
| Eitempera |
 |
 |
 |
| Gouache |
 |
 |
 |
| Olieverf |
 |
 |
 |
Over Verf
Verfsoorten
auteur: Chris Herenius
De reproducties op het beeldscherm tonen de plaatjes van de schilderijen, maar niet hun karakteristieke verschillen. Daarmee bedoel ik de verschillen die bepaald worden door de verfsoort. De tekst bij een afbeelding vermeldt de verf waarmee het schilderij is gemaakt, dit zie je echter niet aan de afbeelding zelf. Dit is uiterst vervelend, omdat hierdoor de indruk kan ontstaan, dat het niets uitmaakt met welke verfsoort een schilderij gemaakt wordt. De verfsoort is echter in hoge mate bepalend voor het uiterlijk van een schilderij; het oppervlak van een gouache is anders dan dat van een aquarel of van een olieverfschilderij. Afhankelijk van wat een kunstschilder wil, kunnen deze verschillen duidelijk zichtbaar dan wel bijzonder subtiel zijn.
Over de samenstelling en eigenschappen van de verfsoorten valt zeer veel te vertellen. Met dit verhaal wil ik echter alleen de zichtbare eigenschappen van verflagen op schilderijen belichten. Voor enig begrip omtrent eigenschappen van verfsoorten is het hier slechts van belang te weten, dat de belangrijkste grondstoffen voor de verfbereiding pigmenten, bindmiddelen en oplosmiddelen zijn. Zij bepalen de karakteristieke verschillen tussen aquarellen, gouaches, acryl-, olieverf-, en temperaschilderijen.
Pigmenten zijn poedervormige stoffen, die de kleur van de verf bepalen; een gele verf wordt van gele pigmenten gemaakt, blauwe verf van blauwe, rode verf van rode enzovoort. Bindmiddelen “plakken” de pigmentdeeltjes aan elkaar en aan de drager (het doek, papier of paneel). Zonder een bindmiddel zou het schilderij na drogen als poeder van de drager dwarrelen. De meeste bindmiddelen zijn vaste stoffen, die voor de verfbereiding vloeibaar gemaakt worden door ze in een geschikt oplosmiddel op te lossen, waarna ze met pigmenten tot verf gemengd kunnen worden.
Behalve olieverf, waarvan het bindmiddel (een plantaardige olie) van zichzelf dunvloeibaar is, bevatten alle kunstschilderverven een vrij grote hoeveelheid oplosmiddel. Bovendien mengen kunstschilders tijdens het schilderen vaak nog flink wat oplosmiddel door de verf om deze te verdunnen en zo de verwerkbaarheid naar hun hand te zetten. De droge verflaag op een schilderij bestaat alleen uit pigment en bindmiddel; op het moment dat de verf uit de tube wordt geknepen begint het oplosmiddel al te verdampen. Als het schilderij droog is, heeft het oplosmiddel zijn taak volbracht en is uit de verflaag verdwenen. De invloed van het oplosmiddel op het uiterlijk van een verflaag wordt dan ook vooral bepaald door de hoeveelheid die zich voor het drogen in de verf bevond; verf die veel oplosmiddel bevat en waaraan een kunstschilder tijdens het schilderen ook nog eens veel toevoegt, laat na het schilderen zeer dunne lagen achter. Naarmate de verf meer verdund wordt, zal ze meer in de drager verdwijnen. Het is echter vooral het dunne bindmiddel dat in de drager wegschiet en in veel mindere mate het pigment. De pigmentdeeltjes zijn meestal groter dan de poriën in de ondergrond.
Het uiterlijk van de droge verflaag wordt bepaald door de hoeveelheid pigment en bindmiddel in de verf; het pigmentpoeder heeft een volstrekt mat en ondoorzichtig oppervlak, het bindmiddel glimt en is volkomen transparant. Het oppervlak van een verflaag met veel pigment en weinig bindmiddel zal daarom een zacht en mat uiterlijk hebben. Naarmate er meer bindmiddel in de verf zit, zal de glans van de laag toenemen. Eén en ander is zeer duidelijk te zien bij twee uitersten op dit gebied: het fluweelzachte en matte oppervlak van een pastel en het glimmende oppervlak van een schilderijenvernis. Het oppervlak van een pastel bestaat vrijwel uitsluitend uit pigment, dat van een vernis uitsluitend uit bindmiddel. Er bestaan ook zogenoemde matvernissen. De matheid ontstaat door toevoeging van kleurloos pigment.
Met vernis heeft een kunstschilder de mogelijkheid het uiterlijk van een schilderij grondig te veranderen. Door een schilderij met de gewone schilderijenvernis te vernissen, wordt een glad en glimmend oppervlak verkregen, met een matvernis ontstaat een glad en meer of minder mat oppervlak. Ook hier geldt echter; de verandering die door een vernislaag optreedt, is op het beeldscherm niet te zien.
Acrylverf
Een droge laag acrylverf ziet er glad uit en heeft een geringe, vage glans. Onverdunde acrylverf vloeit niet, maar toch zijn penseelstreken en -toetsen niet scherp in de verflaag zichtbaar.
Met acrylverf kan zowel in dikke als in dunne lagen geschilderd worden. De verf bevat echter een flinke hoeveelheid oplosmiddel (water). Door het verdampen hiervan tijdens het drogen, zakken penseelstreken en -toetsen iets in. Dit is de reden waarom ze er niet scherp en kantig, maar enigszins afgerond uitzien. Door tijdens het schilderen de verf sterk te verdunnen, worden gladde, vloeiende, aquarelachtige lagen verkregen waarin geen penseelstreken zichtbaar zijn, althans niet in reliëf. Omdat de verf zeer snel droogt en na het drogen niet meer oplost, ontstaan tijdens het schilderen tamelijk snel bonte, streperige lagen. Een ramp voor wie gladde, vloeiende, egale lagen wil. Maar omdat de verflaag zeer snel droogt, kan er ook snel op door geschilderd worden en veel van dergelijke “streperige” lagen over elkaar geven een bijzonder en vaak uiterst bruikbaar effect.
Kenmerkend voor acrylverf is, dat zowel bindmiddel (acrylaathars) als pigment gezamenlijk op de drager achter blijven, zonder al te veel weg te schieten, ook bij zeer sterke verdunning. Dit wordt veroorzaakt doordat het bindmiddel niet in het water is opgelost, maar er als microscopisch kleine bolletjes in verdeeld is. Deze bolletjes, die tijdens het drogen samenvloeien en het pigment insluiten, hebben ongeveer dezelfde grootte als de pigmentkorreltjes.
Aquarelverf
Op een aquarel is eigenlijk geen verflaag, maar alleen kleur te zien. Kleuren kunnen overvloeien van uiterst vaag en nauwelijks zichtbaar, naar zwaar en verzadigd. Sommige kunstschilders maken witte en lichte kleuren door witte aquarelverf te gebruiken. De meesten bereiken witte partijen door op die plaatsen het papier niet te beschilderen en lichte kleuren door de verf sterk tot zeer sterk te verdunnen. Bij een aquarel spelen kleur en structuur van het papier een belangrijke rol in het uiteindelijke beeld.
Aquarelverf bevat een zeer grote hoeveelheid oplosmiddel (water) en betrekkelijk weinig pigment. Tijdens het schilderen worden er vaak ook nog eens grote hoeveelheden water doorheen gemengd. Je zou dus verwachten dat er weinig kleur op het papier achterblijft. Inderdaad kunnen aquarellen buitengewoon vaag en subtiel van kleur zijn, maar dat komt dan omdat de maker dat zo wilde. Door de zeer sterke verdunning verdwijnt het bindmiddel (arabische gom) in het papier. Het grootste deel van het pigment blijft echter op het papier liggen. Bij geringere verdunning blijft meer pigment achter, dus diepere kleuren. Diepere kleuren kunnen ook verkregen worden door meerdere lagen over elkaar aan te brengen. Dit moet overigens voorzichtig gebeuren, omdat droge aquarelverf weer oplost, als erop door geschilderd wordt. Dat is vervelend als de kleur van de onderste laag niet met de volgende gemengd mag worden. Maar menig kunstschilder maakt er juist gebruik van, door partijen gedeeltelijk weg te wassen of er andere kleuren in weg te laten vloeien.
Eitempera
Eitempera is een verfsoort die van kippeneieren of van de dooier gemaakt wordt. In de middeleeuwen werd ook wel verf gemaakt van het wit van het ei. Hiermee werden illustraties in getijdenboeken aangebracht, maar dergelijke verf heeft vandaag de dag nog slechts historische waarde. De huidige eitempera geeft zachte, matte verflagen. De kleuren kunnen scherp afgebakend naast elkaar staan of, meer of minder vloeiend, in elkaar overgaan.
Eitempera bevat veel oplosmiddel (water) en weinig pigment, zodat er na het schilderen dunne lagen overblijven, waar voorgaande lagen in meer of mindere mate doorheen schemeren. De droge laag lijkt wat op die van acrylverf, maar is matter. Ook zullen, door de aard van het bindmiddel, penseeltoetsen wat geprononceerder overkomen dan bij acrylverf. Wat dit betreft komt het uiterlijk van een droge laag eitempera wat meer overeen met die van een dunne olieverflaag.
Gouache
Gouache is waarschijnlijk beter bekend onder de naam plakkaatverf. Een droge gouachelaag heeft een volkomen mat uiterlijk. De verflaag van een gouache zal nooit een dikke verflaag zijn. Hierdoor is de structuur van de drager, meestal papier, zichtbaar in het uiteindelijke beeld.
Gouache dankt het kenmerkende matte uiterlijk aan de grote hoeveelheid pigment die deze verfsoort bevat. Maar hierdoor kan er niet in dikke lagen worden geschilderd, omdat de verflaag anders gaat craqueleren. Ondanks deze geringe dikte dekt een droge gouachelaag vrij sterk, dat wil zeggen als de verf niet te sterk verdund is. Door gouache als aquarelverf te verdunnen en er in meerdere lagen mee te werken, kunnen bijzonder fraaie effecten worden verkregen. Ook hier is voorzichtigheid geboden, omdat droge gouache, net als droge aquarelverf, snel oplost bij overschilderen. Een kenmerkend verschil tussen een aquarel en een gouache is, dat lichte partijen in een gouache altijd door menging met wit zijn verkregen.
Gouache wordt vooral gebruikt als een heldere, matte verflaag gewenst is. In vroegere eeuwen werd het door kunstschilders gebruikt om ontwerpen voor fresco’s te schilderen. De verfhuid van de gouache lijkt, wat matheid en helderheid betreft, enigszins op die van een fresco, zodat de opdrachtgever een idee kreeg van het uiteindelijke resultaat.
Olieverf
Een droge olieverflaag kan er rul en pasteus uitzien, maar ook dun en transparant. Als er tamelijk dun op doek is geschilderd, zal de structuur daarvan meestal goed zichtbaar zijn in het uiteindelijke beeld.
Door het ontbreken van een oplosmiddel zal een natte olieverflaag er vrijwel net zo uitzien als een droge, mits de verf tijdens het schilderen niet verdund wordt. Omdat tijdens het drogen niets uit de verf verdwijnt, blijft de penseeltoets onveranderd, duidelijk zichtbaar staan. Kleurpartijen kunnen scherp afgebakend naast elkaar staan of volkomen in elkaar weggeborsteld worden. Dikke pasteuze lagen kunnen in zeer dunne, bijna weggepoetste lagen overgaan. Bij sterke verdunning zullen penseeltoetsen niet meer zo scherp blijven staan, maar in meer of mindere mate wegvloeien.
Het komt nogal eens voor dat de olie plaatselijk sterker wegschiet. De verflaag vertoont dan een storend bont oppervlak van matte en glimmende plekken. In dergelijke gevallen kan het schilderij gevernist worden.
Persoonlijk
Chris Herenius
| |
1943 |
geboren te Groningen |
| 1957 - |
1959 |
ambachtschool afdeling huis- en decoratieschilder |
| 1959 - |
1960 |
ambachtschool schilderen, vervolgklasse decoratief |
| 1960 - |
1976 |
opleiding tot verftechnicus en als zodanig werkzaam in de verfindustrie |
| 1972 - |
1977 |
avondopleiding Academie Minerva, Groningen |
| 1976 - |
1999 |
kunstschilder, daarnaast als verftechnicus verbonden aan Academie Minerva |
In 1976 werd mij gevraagd om mijn verftechnische kennis ten dienste van kunststudenten en kunstschilders te stellen door op de Academie Minerva een verftechnisch laboratorium op te richten. Hier werd onderzoek verricht naar, en voorlichting gegeven over, eigenschappen en toepassingen van verf in het algemeen en kunstschilderverf in het bijzonder. In 1999 werd dit laboratorium gesloten en sindsdien ben ik volledig als kunstschilder werkzaam. Vanaf september 2006 verzorg ik aan de klassieke academie voor schilderkunst lessen schilderen, met daaraan gekoppeld de benodigde verftechnolochie.
Mijn onderwerpen betreffen het stilleven en, minder vaak, het landschap. Wat ik ook schilder, het schilderij wordt op een zeer gedetailleerde wijze uitgewerkt, fijnschilderen dus. Dit vooral omdat ik hierdoor de voorwerpen de door mij gewenste stofuitdrukking kan geven. Ik wil, dat aan het schilderij te zien is, dat er tijdens het schilderen van bijvoorbeeld een stilleven met veren, geen onvoorzichtige bewegingen gemaakt kunnen worden, omdat dan de veren door het atelier zweven. De schilderijen worden, afhankelijk van het onderwerp, in gouache, eitempera, aquarel-, acryl- of olieverf uitgevoerd.
Literatuur
- Diederik Kraaijpoel: Wiek XX 1977 - 1992. Groningen (Galerie Wiek XX)
- Diederik Kraaijpoel: De Grijpbare Vorm. Nederlandse figuratieve kunst na ’45. Museum voor figuratieve kunst, De Buitenplaats Eelde
- Realisten 2001, 2002, 2003, 2004, 2005. Van Soeren en Co. Amsterdam
- Laurent Félix-Faure: Aquarelleren in Nederland. Zoeken naar het licht. Uitgeverij Thoth Bussum, 2003
- Rob Møhlmann: “Stil even…” Het hedendaagse Hollandse stilleven. Museum Møhlmann Venhuizen
- Eric Bosman: Een poëtische fijnschilder. ATELIER 110 magazine voor tekenaars en schilders, mei/juni 2004
- Harry Tupan e.a. 12 x 12 voor Berend Groen. Koninklijke Van Gorcum en het Drents Museum
- Frans van der Veen: Gekleurd beeld. 50 jaar Drents Schildersgenootschap. Het Drentse Boek
- Stillevenschilder. ATELIER 116 magazine voor tekenaars en schilders, mei/juni 2005
Exposities 2007
Mijn werk wordt met enige regelmaat geëxposeerd in Kunstzaal Van Heijningen, Den Haag, Museum Møhlmann, Venhuizen, Galerie Wiek XX, Nieuweschans en in Galerie Wildevuur, Hooghalen. De gedetailleerde werkwijze verhindert een grote productie. Derhalve exposeer ik mijn werk meestal samen met één of meerdere collegae.
| 11 maart tot en met 15 april |
Jubileum Tentoonstelling Wiek XX - XXX jaar
Wiek XX te Nieuweschans |
| 2 september tot en met 28 oktober |
Verkoopexpositie
Museum De Buitenplaats te Eelde |
| half september tot en met half november |
Tiende Onafhankelijke Realisten Tentoonstelling
Museum Møhlmann te Appingedam |
| Herfst 2007 |
Kunstzaal van Heiningen (exacte datum nog niet bekend) |
| |
|